Het is heel bijzonder om na zeven jaar weer terug te zijn in Le-Bourg d’Oisans voor Alpe d’HuZes. De sfeer voelt vertrouwd en is goed in de straten van dit Franse Alpendorpje. Boven op de ‘Nederlandse berg’ hetzelfde beeld. Vrijwilligers zijn druk met het opbouwen van de ‘finishstraat’ op de top van Alpe d’Huez. In het Palais du Sport zoemt het van alle bedrijvigheid. Deelnemers en vrijwilligers lopen door elkaar in een zeer ontspannen sfeeren bereiden zich voor op de koersdag komende donderdag 1 juni.Vandaag al de kleine versie: Alpe DuZusvoor de mensen die 1x naar boven fietsen of wandelen.Ze doen dat allemaal vanuit de overtuiging om geld bijeen te brengen voor KWF kankerbestrijding.
Over al die vrijwilligers gesproken trouwens. Het zijn er deze editie maar liefst 850. Ongelooflijk. Mensen die zich belangeloos inzetten om het voor de deelnemers van Alpe d’HuZes zo prettig mogelijk te regelen allemaal. En op deze manier een onvoorstelbare bijdrage leveren aan de kankerbestrijding in ons land. Alpe d’HuZes. Een groot bedrijf met louter vrijwilligers. Het loopt als een goed geoliede machine allemaal. Alle, maar dan ook alle opbrengsten gaan naar het goede doel. Ik blijf dat enorm indrukwekkend vinden.
Veel jongeren ook, valt mij op. Onder de deelnemers en bij de vrijwilligers. Een aantal scholen/opleidingen werkt samen met de organisatie. De leerlingen zijn blij dat ze zo een bijdrage kunnen leveren aan één van de grootste fondsenwerf acties van Nederland. De impact, de verhalen en de herkenbaarheid van het doel maken het niet moeilijk om zoveel vrijwilligers op de been te brengen deze week.
Het hele team Handhaving draait zo’n beetje met jonge mensen die via hun opleiding zo ervaring op kunnen doen. Zo zijn er ook zestig fysiotherapeuten in opleiding die de stramme ledematen van de deelnemers onder handen nemen in de dagen voorafgaand aan de dag (donderdag) dat ze zoveel mogelijk keren Alpe d’Huez naar boven fietsen of wandelen. Natuurlijk staan ze ook donderdag klaar de vijfduizend deelnemers bij start en finish en op twee plekken op de berg. Wat mooi dat de krachten op deze wijze gebundeld kunnen worden.
De impact, de verhalen en de herkenbaarheid van het doel maken het niet moeilijk om zoveel vrijwilligers op de been te brengen deze week.
Alpe d’HuZes. Sinds de eerste editie in 2006 heeft het evenement al meert dan 200 miljoen euro opgehaald dat via KWF Kankerbestrijding is besteed aan onderzoek. Onderzoek dat er uiteindelijk toe moet leiden dat kanker van een dodelijke ziekte op z’n minst verandert in een chronische ziekte. Daar wordt deze week trouwens een behoorlijk bedrag aan toegevoegd, kan ik alvast verklappen.
Dezer dagen spreek ik veel mensen als vrijwilliger van Alpe d’HuZes in mijn rol als voorzitter van de raad van toezicht. Als ik aan de deze mensen vraag waarvan ze dromen dan is steevast het antwoord dat ze ooit hopen te bereiken dat het geld dat nu voor de kankerbestrijding bijeen wordt gebracht naar een ander goed doel kan gaan omdat we dan die k-ziekte onder de duim hebben gekregen. Allemaal even vastberaden en overtuigd. We gaan door totdat we dat grote doel hebben bereikt, is zo’n beetje de strekking van alle antwoorden.
‘Alpe d’HuZes en Le-Bourg d’Oisans horen voor altijd bij elkaar. Voor nu. Voor altijd.’
Vanaf het afgelopen weekeinde is Alpe d’Huez voor een week inderdaad weer even een Nederlandse berg. Deelnemers, supporters, vrijwilligers nemen voor even bezit van de Alpe met fantastische medewerking van de lokale autoriteiten. In een kort gesprekje, dat ik vandaag had met de burgemeester Guy Verney, laat hij weten trots te zijn op dit evenement. ‘Alpe d’HuZes en Le-Bourg d’Oisans horen voor altijd bij elkaar. Voor nu. Voor altijd.’
In de aanloop naar donderdag zie je mensen trainen, zie je teams zich op hun eigen manier voorbereiden door zelf herdenkings- of bezinningsbijeenkomsten te organiseren. Want iedere deelnemer, ieder team neemt zijn motivatie, of beter gezegd zijn of haar eigen verhaal mee naar de Alpe. Vandaag was ik bij twee van die bijeenkomsten. Heftige persoonlijke belevenissen door de gevolgen van kanker werden daar gedeeld. Heel bijzonder en heel motiverend ook om de strijd tegen die vreselijke ziekte nooit op te geven.
Zelf heb ik ook mijn eigen verhaal. Een van mijn kinderen werd getroffen door leukemie. Hij heeft er inmiddels een lang en zwaar behandel traject opzitten. Het ziet er inmiddels allemaal goed uit. Hier op de Alpe realiseer ik mij eens te meer dat al het geld dat is opgehaald in al die jaren en waar mee onderzoek kon worden uitgevoerd hem en vele anderen heeft geholpen. Toch zijn er ook nog veel te veel mensen die de ziekte niet overleven.
Toen ik deze ochtend met de auto naar boven reed werd ik wel even stil van al die foto’s, posters etc. die in de bochten zijn opgehangen van al die mensen die het niet hebben overleefd. Dat zijn er echt nog veel te veel.
Inmiddels heb ik Alpe d’Huez al heel wat keren beklommen in de voorbije jaren. Ook komende donderdag zal ik weer een paar keer naar boven fietsen en daarmee mijn bijdrage leveren aan de kankerbestrijding. Doneren kan natuurlijk nog steeds: https://www.opgevenisgeenoptie.nl/fundraisers/gerarddielessen
Tot slot, komende donderdag is er veel aandacht voor Alpe d’HuZes op radio en televisie. Het evenement wordt geregistreerd met veertien camera’s en is vanaf negen uur te zien bij SBS. Ook de regionale publieke omroepen, WNL, OmroepMAX en de NOS besteden uitgebreid aandacht aan dit prachtige evenement. Aan het einde van de dag zal de opbrengst van deze jaargang bekend worden gemaakt.
Boeken moeten geschreven én gelezen worden!
Door Gerard Dielessen/ 1 mei 2023
Een boek schrijf je omdat je wilt dat het wordt gelezen. Aanvankelijk was ik heel blij dat ik mijn boek ‘Als je de lat lager legt ga je niet hoger springen’ had geschreven. Het uitzoeken, het componeren, het interviewen en het schrijven hebben mij een jaar lang heel veel plezier opgeleverd. Toen ik de laatste teksten naar de uitgever had gemaild dacht ik: zo, ik ben klaar.
Het zit erop. Het is altijd een heerlijk gevoel om ‘iets’, in dit geval een boek, te creëren en het vervolgens af te hebben. Ik zei dan ook niet voor niets heel tevreden tegen mijn uitgever: ‘Ik ben helemaal happy, ook al wordt er geen exemplaar verkocht.
Gelukkig dacht mijn uitgever daar heel anders over. En eigenlijk ben ik het zeer eens met hem. Een boek schrijven is leuk, inspirerend en uitdagend. Maar uiteindelijk is dat niet genoeg. Want boeken worden geschreven met de bedoeling dat ze vervolgens worden gelezen. Omdat ze de lezer vermaken, of omdat je er iets van kunt leren vanwege de boodschap van het boek. Of gewoon omdat je je kennis over een bepaald onderwerp wilt vergroten. Zo is het maar net.
Sinds de publicatie van mijn boek ‘Als je de lat lager legt ga je niet hoger springen’, nu bijna twee weken geleden, heb ik veel mooie reacties gehad die de stelling van mijn uitgever onderbouwen.
Zo kreeg ik een fraai bericht van een (bij mij bekende) rechter die als volgt reageerde:
‘Dag Gerard, met veel belangstelling jouw boek gelezen. Goed dat jij het hebt geschreven. Voor mij is de kern van het boek leiderschap met visie, met name op de lange termijn. Hopelijk lezen ze in Den Haag (als het even kan de premier) het boek ook. Kunnen ze nog wat van leren.’
Wat mij betreft heeft deze rechter de pointe van mijn boek heel goed begrepen. Want langer ben ik van mening dat we (politiek, bedrijfsleven, organisaties) te veel op de korte termijn bezig zijn. Ambitieuze lange termijn doelstellingen (‘moonshots’) delven het onderspit tegenover snelle kiezerswinst of financieel aantrekkelijke korte termijn winsten. Daardoor lukt het niet of nauwelijks om de grote maatschappelijke problemen waar we mee te maken hebben (stikstof, woningbouw, vluchtelingen) of mee te maken krijgen (klimaat, ouder wordende samenleving, gezondheidszorg) met ambitie, visie en draagvlak aan te pakken. Er is op dit moment geen sprake van, wat ik in Jip en Janneke taal noem: een gezamenlijk verlangen, waar we als samenleving van dromen, laat staan een doel waar we met z’n allen achter staan. Daar is modern leiderschap voor nodig. De rechter heeft mijn boodschap dus heel goed begrepen. Vanzelfsprekend heb ik hem dat ook laten weten. Een paar uur later reageerde hij nog een keer:
‘Nog even een kleine nabrander (al mijmerend aan het eind van de avond). Ik heb naast mijn nevenfuncties twintig jaar leidinggegeven in de rechtspraak. Ik heb als credo altijd geloofd: hoe dan ook in gesprek blijven. Dat doe ik nu ook nog als rechter. Dat betekent dat ik altijd probeer tijdens zittingen de sfeer goed te krijgen, te houden en normale, begrijpelijke taal te gebruiken. Altijd met als doel oplossingen te vinden waar iedereen zich senang bij voelt. Deze handelwijze voelde ik ook bij jou toen je nog operationeel was en in jouw boek. Sorry, maar dat wilde ik nog even kwijt. Hartelijke groet!
Ps, uit het bovenstaande mag je afleiden dat jouw boek me zeer tot denken heeft gezet, waarvoor dank.
Zomaar een treffende reactie van een willekeurige lezer van mijn boek. Waaruit maar weer eens blijkt dat boeken niet alleen moeten worden geschreven, maar vooral ook gelezen moeten worden zodat de inhoud en aanzet geeft tot nadenken. Tot reflectie.
Meer reacties
De afgelopen dagen heb ik meer reacties gehad op de publicatie van ‘Als je de lat lager legt ga je niet hoger springen’, waarin ik mijn ervaringen deel over ruim veertig jaar leiderschap in de media en sport als (onder andere) voormalig hoofdredacteur van een groot regionaal dagblad en de actualiteitenrubriek NOVA en als oud-directeur van de NOS en NOC*NSF. Ik doe dat aan de hand van vijftien treffende uitspraken, citaten en aforismen zoals: ‘Denk na, al is het maar een minuut’, ‘Ongekende gebeurtenissen vragen om ongekende besluiten’ en ‘Je hebt principes en vaste lasten.’ Aan het slot van het boek doe ik een oproep om vooral jongeren te betrekken bij ambitieuze besluitvorming omdat zij straks de gevolgen moeten dragen van het beleid dat nu al dan niet wordt ontwikkeld. Laat ze de leiding nemen. Dat kan niet vroeg genoeg gebeuren. Ik voel mij niet voor niets zeer aangesproken door de jonge Zweedse milieuactiviste Greta Thunberg als zij het begrip leiderschap definieert:
‘Leiderschap betekent dat je beslissingen durft te nemen voor het grotere goed en dat je ongemakkelijke dingen durft te doen. En niet alleen voor jezelf’
Behalve alle reacties op de publicatie van mijn boek kreeg ik ook veel respons op mijn verschillende optredens in de media vanwege het uitkomen van ‘Als je de lat lager legt ga je niet hoger springen’, waarin bovenstaande thema’s aan de orde kwamen.
Een dag na de lancering van het boek was ik te gast in het veel bekeken en besproken televisieprogramma Vandaag Inside. Liefhebbers kunnen de uitzending waarin ik in gesprek ga met de heren Genee, Derksen en Van der Gijp hier terugkijken. Na de uitzending reageerde mijn oud-woordvoerder van NOC*NSF met onder andere de volgende vaststelling: ‘Je aanwezigheid, tegenspraak en inbreng heeft hopelijk kijkers aan het denken gezet.’
Weer een dag later werd ik op NPO Radio 1 geïnterviewd door Humberto Tan. Een lekker lopend gesprek, wat mij betreft over het waarom van het boek en de belangrijkste lessen. Voor wie deze uitzending heeft gemist, hier is de link.
Ook had ik vorige week een leuk en onderhoudend gesprek met presentator Daniel Dekker in het Omroep MAX programma Lunch Lekker met Daniel Dekker op NPO Radio 5. Het interviewfragment is hier te beluisteren.
Hartstikke leuk om te doen allemaal en op deze wijze via mijn boek al mijn opgedane kennis als het ware ter beschikking te stellen.
Want, boeken moeten niet alleen worden geschreven, ze moeten vooral ook worden gelezen.
—–
Je hoeft geen ‘hork’ te zijn om je mensen te laten excelleren
Door Gerard Dielessen/ 26 april 2023
De Vlaamse professor en filosoof Ignaas Devisch sprak vorige week (19 april) tijdens de presentatie van mijn boek ‘Als je de lat lager legt ga je niet hoger springen’ mooie en vooral ook terechte woorden toen hij stelde: ‘Leiderschap dat ertoe aanspoort dat mensen hun grenzen verleggen staat voor een grote uitdaging: hoe grenzen te verleggen zonder de grenzen van anderen te overschrijden?’
Grenzen verleggen of grenzen overschrijden. Het is een dunne lijn. Dezer dagen een uiterst actueel thema. Sinds het onderzoek naar seksueel misbruik en intimidatie in de sport (Klaas de Vries, 2017) is het onderwerp grensoverschrijdend gedrag terecht hoog op de maatschappelijke agenda terecht gekomen. Geen bedrijfstak ontkomt aan de discussie hoe een veilig werkklimaat kan worden gecreëerd. In de afgelopen decennia is de maatschappelijke moraal behoorlijk aangepast. Gelukkig maar. Wat vroeger nog ‘normaal’ werd gevonden kan nu niet echt meer. Vooral vrouwen spreken zich meer dan ooit uit en geven hun grenzen aan. Dat is een gezonde ontwikkeling. Niet voor niets heb ik in mijn boek ‘Als je de lat lager legt ga je niet hoger springen’ een belangrijk hoofdstuk gewijd aan dit onderwerp met als titel ‘Integriteit, integriteit en nog eens integriteit.’
Minister
Wanneer grenzen worden overschreden wordt desondanks nog veel het argument gebruikt dat dat nodig is om grenzen te verleggen. Vorige week nog kwam zelfs een minister in het nieuws, die probeerde het uiterste uit zijn mensen te halen, door grensoverschrijdend gedrag te hanteren. Inmiddels heeft onderwijsminister Wiersma beterschap beloofd. Gelukkig realiseert hij zich dat je geen ‘hork’ hoeft te zijn om je mensen te laten excelleren. Het komt veel vaker voor dat leiders zich bedienen van praktijken die tegenwoordig echt niet meer kunnen zoals schreeuwen, met deuren slaan, pesten, negeren en zo meer om resultaten te verbeteren. Dat daardoor het resultaat wordt beter wordt is echt een misverstand.
Er zijn voor een leider talloze andere manieren om jouw mensen te inspireren, te enthousiasmeren, te laten excelleren, waarbij de hoogte van de lat voor ieder individu op een net iets andere hogere hoogte kan worden gelegd, zodat het gezamenlijke eindresultaat per saldo echt veel beter wordt.
Het is allereerst en vooral van belang om elkaars grenzen te bespreken, zeker in een veeleisende omgeving. Of zoals Ignaas Devisch vorige week zei: ‘We moeten allereerst de grijze zones verder uitklaren. Een goede en gezonde organisatiecultuur kan echt veel voorkomen. We kunnen echt nog een aantal stappen vooruitzetten als we problemen sneller bespreekbaar maken en eerder oplossen. Met elkaar bespreken wat wel en niet kan.’
Zo is het precies.
Suggesties
In mijn boek heb ik een lijstje met suggesties opgenomen zoals ik ze al lerende heb toegepast. Ik noem een aantal essentiële:
Organiseer de kritiek om je heen. Tegenspraak is belangrijk om zogenoemd Zonnekoning gedrag te voorkomen.
Discussieer, alvorens een besluit te nemen, op basis van uitgangspunten in plaats van standpunten.
Creëer een cultuur waarin mensen die over de schreef gaan direct worden aangesproken, ook, of misschien wel juist door omstanders. Ontwikkel een cultuur waarin ook plaats is voor complimenten op zijn tijd. En waar ruimte wordt gemaakt om gezamenlijke successen te vieren.
Zorg dat je je als leider verdiept in al die snelle ontwikkelingen in de samenleving. Denk van buiten naar binnen.
Zorg voor dialoogsessies om te verkennen hoe verschillende generaties werknemers aankijken tegen de definitie van grensoverschrijdend gedrag. Alleen dan kun je er gezamenlijk afspraken over maken.
Met, onder andere, bovenstaande suggesties moet het mogelijk blijven om elkaar aan te spreken, elkaar scherp te houden, ambities te formuleren. Kortom: gezamenlijk de lat wat hoger te leggen. Want er is niets mis met het verleggen van grenzen. Of, zoals Ignaas zei: ‘Daardoor bereiken we iets, evolueren we, gaan we erop vooruit etc.’ Lijkt mij heel mooi.
Dat betekent wat mij betreft dat we met z’n allen moeten voorkomen dat we ons qua ambitie gaan inhouden omdat we bang zijn voor het overschrijden van grenzen. Dat zou een enorme fout zijn.
Samen met Ignaas Devisch roep ik de leiders van nu dan ook om structureel van methodiek te veranderen: meer inspraak, meer democratische manieren van omgaan met elkaar, andere stijlen van coaching en leiderschap en gezonde tegenspraak, zodat we een veel ambitieuzere samenleving creëren. Want dat is essentieel om de grote problemen van nu op te kunnen lossen.
Tot slot: Over mijn boek en over bovenstaand onderwerp sprak ik vandaag op NPO Radio 5 met MAX presentator Daniël Dekker. Het interview is hier terug te horen.
——
Get ready for a 100 year life
Door Gerard Dielessen
Omdat ikzelf de leeftijdsgrens van zeventig begin te benaderen was ik zeer geïnteresseerd in de uitkomsten van de sessie ‘Get ready for a 100 year life’ tijdens SxSW in Austin. Ik moet mij toch een gaan beetje voorbereiden op de toekomst die nog voor mij ligt. Dus van enig eigenbelang was wel sprake. Mocht ik die magische leeftijd bereiken, dan heb ik immers nog 32 jaar in het vooruitzicht. Uiteindelijk zal het zo’n vaart wel niet lopen. Maar je kan er toch maar beter wel op voorbereid zijn. En daarnaast, en dat is echt serieus, interesseert dit onderwerp mij mateloos. Dat zal verderop blijken.
Eerst eens even wat bevindingen op rij afkomstig van Amerikaanse onderzoek voor het juiste perspectief.
De helft van de baby’s die op dit moment vijf jaar oud zijn worden honderd jaar oud.
Vijfenvijftigplussers zijn de snelst groeiende groep in de samenleving en vormen nu al 25% van de werkende bevolking.
Vrouwen leven gemiddeld vijf tot zes jaar langer dan mannen.
De economische bijdrage van 50-plussers zal tegen 2050 verdrievoudigen.
Nu zijn er in de VS ongeveer 35 miljoen mensen van 65 of ouder, in 2060 zijn dat er bijna 95 miljoen.
En, zo blijkt uit het onderzoek, mensen worden vanaf hun vijftigste steeds gelukkiger. Deze conclusie wordt ook getrokken door Marketing Professor Scott Galloway, vorige jaar nog bevlogen spreker op SxSW. Zie zijn recente LinkedIn post. Geluk neemt de vorm aan van een smiley…
In Nederland zullen de uitkomsten niet heel veel anders zijn. Ook hier groeit het aantal mensen van boven de vijftig door tot halverwege deze eeuw en deze groep zal daardoor een steeds voornamer deel uitmaken van onze populatie.
Terug naar de sessie in Austin met als belangrijkste thema dat we ons echt klaar moeten gaan maken om honderd jaar oud te worden. Gespreksleider Chip Conley schreef een bestseller over dit onderwerp: ‘Wisdom@work: The Making of a Modern Elder.’ Mooie titel. Voel mij aangesproken. Volgens Conley moeten we, rekening houdend met de boven beschreven feitelijke opsomming, de samenleving opnieuw gaan inrichten. Mensen moeten volgens Conley langer de mogelijkheid hebben om te kunnen blijven werken omdat we met z’n allen nu eenmaal ouder worden. Dat als direct gevolg van de ontwikkeling van de gezondheidszorg, allerlei nieuwe technologische mogelijkheden; gezondere voeding en we daarnaast zelf enorm ons best doen om fit te blijven door te bewegen, te sporten etc. Dan heb ik het uiteraard wel over de populaties in welvarende landen, zoals in ons eigen land. Er zijn uiteraard ook delen van de wereld waar ‘het ouder worden’ niet aan de orde is vanwege het gebrek aan bijvoorbeeld goede gezondheidszorg.
Maar goed, wij moeten ons er dus op voorbereiden dat een groot deel van de bevolking honderd jaar oud kan gaan worden.
Hoe bereid je je daarop voor?
De panelleden van Chip Conley waren unaniem over het belangrijkste onderwerp: ‘connectivity’. Verbinding dus. Ik noem dat in Jip en Janneke-taal dat je je wereld groot moet houden. Kortom: als je geen verbinding met anderen meer zoekt; geen initiatieven neemt op welk terrein dan ook; niet meer nieuwsgierig wilt zijn; niet een leven lang wilt leren; geen relevante bijdragen aan onze samenleving meer wilt leveren; jezelf niet meer intellectueel wilt uitdagen; geen nieuwe vrienden wilt maken, dan wordt het lastig om de honderd te halen, zo concludeerden panelleden Vanessa Lui, John Zapolski en Meredith Oppenheim (allemaal werkzaam in de ‘ouderenindustrie).
Nogmaals, ze waren het met z’n allen hartstikke eens over dat jonge mensen moeten leren hoe ze vrienden moeten maken. Dat is een investering in later immers. GenZ en Millenials zijn nu druk met werk, kinderen op voeden, op social media laten weten hoe goed ze het hebben etc. Dan wil het maken van echte vriendschappen er nog wel eens gemakkelijk bij inschieten. Dat geldt vast niet voor iedereen, maar toch…
Vanessa deed daarnaast een beroep op de werkgevers. Die moeten zich als de wiedeweerga ouderenbeleid gaan ontwikkelen. Want waarom zou een voornaam deel van die steeds groter wordende groep niet tot bijvoorbeeld z’n tachtigste kunnen doorwerken? Inderdaad, ik ben het daar op basis van mijn eigen ervaringen zeer mee eens. Natuurlijk moeten we voorkomen dat ouderen de doorstroming van jongere werknemers verhinderen. Dat is niet de bedoeling. Dus moeten werkgevers en ouderen nadenken over de vraag hoe ze een belangrijke bijdrage kunnen blijven leveren na hun pensioendatum. Volgens Chip, Vanessa, Meredith en John is hier het kernwoord: wijsheid. Daar zouden we veel meer gebruik van moeten maken. We moeten de gezamenlijke wijze ervaringen van een groot deel van onze populatie veel beter gaan exploiteren. Waarom ook niet, zou ik zeggen. Werk aan de winkel dus.
3e levensfase
In Nederland publiceerde de Raad voor de Volksgezondheid en Leefomgeving in 2020, onder leiding Jet Bussemaker, een belangrijk rapport over de zogenoemde derde levensfase. ‘Het geschenk van de eeuw’, volgens de voormalige politica. ‘De derde levensfase is ook een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid,’ zo stelde de Raad in het rapport. En: ‘De grote groep mensen in de derde levensfase die onze samenleving rijk is, vormt een potentieel dat momenteel onvoldoende wordt benut. Het is essentieel om voorzieningen en maatregelen vorm te geven in samenspraak met verschillende groepen ouderen.’ In ons land stijgt de komende jaren het aantal mensen in de derde levensfase van 2,4 miljoen (2018) naar 3,2 miljoen in 2040. Het rapport werd uitgebracht op het moment dat het COVID-19 virus ons land overspoelde, waardoor de politiek, werkgevers en werknemers het jammer genoeg niet hebben opgepakt. De waardevolle studie is vast ergens in een diepe Haagse lade beland.
Na de inspirerende SxSW23 sessie voel ik mij meer dan gemotiveerd om dit belangrijke maatschappelijke issue op de een of andere manier toch alsnog op de maatschappelijke agenda te krijgen.
Overigens ook aangespoord door Tilda Swinton, waar ik later op deze inspirerende SxSW-dag bij aanschoof in Ballroom D van het Austin Convention Center. De wijze 62-jarige filmactrice uit Schotland vertelde op bedachtzame en aansprekende wijze tijdens een ‘keynote interview’ over de waarde van ‘andere mensen vertrouwen’ en ‘goede vriendschappen.’ Ook, en vooral als je ouder wordt.