Over de Sámi, Mattis en de vraag wie de toekomst van Sápmi bepaalt
Tijdens onze reis naar de Noordkaap reden we door Fins Lapland, of liever: Sápmi. In Inari bezochten we het Siida Sámi Museum. Het werd een ontmoeting met een volk dat zich niet door staatsgrenzen laat definiëren, maar wel steeds sterker wordt geraakt door klimaatverandering, politiek en de strijd om het land.
Op de een of andere manier heb ik altijd al een fascinatie gehad voor de Sámi. Misschien omdat zij zich nooit werkelijk aan grenzen hebben gebonden. Hun woongebied loopt door Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland. Het heet Sápmi. Op kaarten valt het uiteen in vier landen; in de werkelijkheid is het één groot noordelijk landschap van rivieren, bossen, kale hoogten, rendieren en oude routes.

Die belangstelling kreeg voor mij al vroeg een onverwacht persoonlijke kleur. In 1988 noemden mijn toenmalige vrouw Yvonne en ik onze tweede zoon Mattis, naar een personage uit Leven in Lapland, het prachtige prentenboek van Bodil Hagbrink. Ik zat destijds in de jury van de aardrijkskundige jeugdboekenprijs van het KNAG. Het boek was kort daarvoor bekroond en raakte ons. De naam bleef. Nu Mattis er niet meer is, roept ieder spoor van Sápmi ook iets van hem op. Het is een kleine, maar hardnekkige verbinding. Een naam uit een kinderboek, een reis door het hoge noorden, een zoon die er niet meer is. Reizen maakt zulke verbindingen soms zichtbaar.
Niet omdat ze een antwoord geven op verlies, maar omdat ze herinneringen ineens weer een plaats geven in het landschap.Het is een kleine, maar hardnekkige verbinding. Een naam uit een kinderboek, een reis door het hoge noorden, een zoon die er niet meer is. Reizen maakt zulke verbindingen soms zichtbaar. Niet omdat ze een antwoord geven op verlies, maar omdat ze herinneringen ineens weer een plaats geven in het landschap.
In Inari, in het noorden van Finland, bezochten we het Siida Sámi Museum. Het is een museum over een volk dat je in Sápmi overal tegenkomt, maar dat je als buitenstaander niet vanzelf begrijpt. In plaatsnamen. In de rendieren langs de weg. In de kleuren van kleding.
En in talen die voor de meeste reizigers geheimzinnig klinken. Maar bovenal in de verhouding tot het land.
Voor de Sámi is dat land nooit slechts decor geweest. Het is geschiedenis, voorraadkast, routekaart en thuis. Wie er alleen doorheen rijdt, ziet misschien lege ruimte. Wie beter kijkt, ziet een landschap dat van betekenis is voorzien: een rivier waar vis werd gevangen, een route voor de trek van rendieren, een plek waar sneeuw en wind zich anders gedragen dan een dal verderop, een berg die in verhalen en taal al eeuwen aanwezig is.
Niet Lapland, maar Sápmi
Dat begint al met woorden. Buitenstaanders spreken nog vaak over Lapland, maar veel Sámi vermijden die naam liever. Het woord Lapp werd eeuwenlang gebruikt door Scandinavische overheden en andere buitenstaanders, vaak in een wereld waarin Sámi als exotisch, achterlijk of minderwaardig werden voorgesteld. In het Noors en Zweeds functioneerde het lange tijd bovendien als scheldwoord. Sápmi is daarom meer dan een correcte aanduiding. Het is een naam die zegt: wij bepalen zelf hoe wij ons volk en ons land noemen. Dat lijkt misschien een nuance, maar het is er geen.
Dat lijkt misschien een nuance, maar het is er geen. Lapland roept al snel een toeristisch beeld op: eindeloze sneeuw, rendiersleden, noorderlicht en een sprookjesachtige wildernis. Sápmi verwijst juist naar een levend inheems volk, met eigen talen, cultuur, rechten, politieke vertegenwoordiging en moderne levens. De Sámi-parlementen in Finland, Zweden en Noorwegen spreken niet voor niets consequent over Sámi en Sápmi.
Naar schatting leven er in Noorwegen, Zweden, Finland en op het Russische Kola-schiereiland ongeveer tachtigduizend Sámi. Precieze aantallen ontbreken; de landen houden geen etnische volkstellingen bij en Sámi-zijn laat zich ook niet eenvoudig aflezen aan taal, woonplaats of beroep. De grootste groep woont in Noorwegen. In Finland gaat het om ongeveer achtduizend mensen.
De lange schaduw van aanpassing
Ik was hier eerder, in 1994, toen nog als verslaggever. Ik verbleef een week bij een Sámi-familie in Kautokeino, in Noord-Noorwegen. Dat was het jaar van het Noorse referendum over toetreding tot de Europese Unie. In het noorden was het wantrouwen groot. Europa voelde ver weg, maar Oslo vaak ook.
Ruim dertig jaar later is er onmiskenbaar veel veranderd. De Sámi hebben in Noorwegen, Zweden en Finland ieder een gekozen parlement. Die parlementen houden zich bezig met taal, cultuur, onderwijs, traditionele bestaanswijzen en landgebruik.
Zij hebben politieke en culturele betekenis gekregen; zij worden vaker geraadpleegd dan in de tijd dat ik hier was.

Maar een Sámi-parlement is geen regering met doorslaggevende macht. Het kan adviseren, onderhandelen, voorstellen doen en de nationale overheid aanspreken. Het kan niet zelfstandig besluiten over mijnbouw, bosbouw, windparken, wegen of militaire oefenterreinen. Precies daar ligt de spanning van nu. Er wordt beter geluisterd dan vroeger, maar luisteren is iets anders dan instemmen.
Rendieren zijn geen decorstuk
De rendieren vormen daarvan misschien wel het duidelijkste symbool. Niet iedere Sámi is rendierhouder; naar schatting werkt ongeveer een tiende van de Sámi rechtstreeks in de rendierhouderij. Toch is het rendier veel meer dan een economische factor. Het verbindt families met seizoenen, voedsel, ambacht, taal, kennis van sneeuw, routes en kuddes.

Zonder rendieren zou de Sámi-cultuur niet verdwijnen. Maar zij zou wel een van haar dragende pijlers verliezen. Voor reizigers is een kudde langs de weg soms een aantrekkelijk beeld, een bewijs dat zij echt in het hoge noorden zijn aangekomen. Voor rendierhouders is het dagelijkse arbeid, inclusief administratie, vergunningen, gps-trackers, sneeuwscooters, quads en drones. Traditie betekent hier niet stilstaan. Traditie betekent aanpassen zonder de verbinding met oorsprong te verliezen.
In Finland is dat anders georganiseerd dan in Noorwegen en Zweden. In het Finse rendiergebied kunnen ook niet-Sámi rendieren houden, mits zij daar wonen en over de juiste vergunningen beschikken. In Noorwegen en Zweden is rendierhouderij wettelijk veel sterker verbonden aan Sámi-afkomst en Sámi-families. Maar overal staat de praktijk onder druk.
Wanneer het klimaat sneller verandert dan kennis kan bijhouden
In het Siida Museum werd duidelijk hoezeer klimaatverandering daarbij een nieuwe, alles doordringende factor is. De poolgebieden warmen veel sneller op dan het wereldgemiddelde. Winters worden korter; regen valt vaker waar vroeger sneeuw viel. Dooi gevolgd door vorst kan harde ijslagen over de bodem leggen. Rendieren kunnen dan niet meer bij het korstmos onder de sneeuw. Eén zachte dag, gevolgd door een nacht strenge vorst, kan voor een kudde al rampzalige gevolgen hebben.
Ook zomers veranderen. Meer hitte en meer insecten geven rendieren minder rust. De boomgrens schuift op; open fjellgebieden veranderen. Dieren als sneeuwuil, poolvos en sneeuwhoen verliezen leefruimte. Rivieren worden warmer en ondieper, met gevolgen voor de zalm. Klimaatverandering is hier geen abstracte grafiek op een scherm. Het is dagelijkse praktijk.
Voor de Sámi raakt dat aan meer dan natuur of economie. Het raakt aan cultuur en identiteit. Generaties lang werd kennis opgebouwd over sneeuw, wind, water, kuddes en seizoenen. Maar wat gebeurt er wanneer de omstandigheden zo snel veranderen dat die kennis niet altijd meer voldoende houvast biedt? Dan komt niet alleen het dier in de knel, maar ook de manier van leven die eromheen is ontstaan.
Grenzen worden opnieuw harder
Daar komt nog iets bij. Het noorden is niet alleen een kwetsbaar natuurgebied, maar ook een gebied waar nationale belangen steeds zichtbaarder worden. Mineralen, windenergie, hout, wegen, militaire oefenterreinen en nieuwe infrastructuur vragen allemaal om ruimte. Elke afzonderlijke ingreep kan verdedigbaar lijken. Samen kunnen zij trekroutes doorsnijden, weidegrond verkleinen en een manier van leven langzaam onmogelijk maken.
De oorlog in Oekraïne heeft de kaart van Sápmi bovendien opnieuw harder gemaakt. Het woongebied loopt ook door het Russische Kola-schiereiland. Sinds de Russische invasie zijn grenzen moeilijker te passeren, contacten kwetsbaarder en samenwerking tussen Sámi aan weerszijden van de grens ingewikkelder geworden. Een volk dat altijd al door staatsgrenzen werd verdeeld, is opnieuw verder uit elkaar geduwd.
Tegelijkertijd is het beeld van een verdwijnend volk te somber en te gemakkelijk. Veel jonge Sámi vertrekken voor studie of werk naar Tromsø, Rovaniemi, Stockholm, Oslo of verder naar het zuiden. Maar dat betekent niet automatisch dat zij hun achtergrond achterlaten. Er ontstaan juist stedelijke Sámi-gemeenschappen, met taalonderwijs, muziek, kunst, politiek en nieuwe vormen van identiteit. Sámi-cultuur leeft niet alleen in rendierkralen en afgelegen dalen, maar ook in flats, universiteiten en digitale netwerken.
Een landschap dat niet leeg is
Na het museum reden we verder naar Muotkan Ruoktu, een eenvoudige wilderness lodge aan de Peltojoki, op weg naar de Noorse grens. Geen luxe vakantieoord, maar een plek waar de ruimte het voor het zeggen heeft. De rivier stroomt langs het terrein, berkenbos sluit zich om ons heen en in de verte beginnen de lage, kale hoogten van de toendra.
Aan het eind van de dag maakten we een drassige wandeling van een kilometer of vijf. Voor mij ook een voorzichtig testje voor mijn gekwetste been. Kaya speurde met haar Merlin-app naar vogels; we zagen onder meer een roodmus, een woudloper en een keep. Blanca huppelde zichtbaar gelukkig over de natte toendra. Veel muggen waren er ook. Dat hoort hier blijkbaar bij.
Het was geen spectaculaire wandeling. Geen top, geen groot uitzicht, geen foto die onmiddellijk om aandacht vraagt. Juist daarom bleef zij hangen. Deze plek hoeft nauwelijks iets toe te voegen aan zichzelf. De ruimte, de rivier, het lage licht, de natte grond onder je schoenen: het is genoeg.
En toch is ook dit landschap niet leeg. Achter iedere heuvel, ieder rendierhek en iedere kale vlakte schuilt een verhaal over aanpassing, verlies en veerkracht. Midden in Sápmi wordt voelbaar dat dit land voor de Sámi nooit alleen mooi of verlaten is geweest. Het is werkgebied, leefgebied, geheugen en toekomst.

De belangrijkste les van deze dag is misschien eenvoudig te formuleren. Het noorden warmt sneller op dan de rest van de wereld. Maar voor de Sámi gaat het daarbij niet alleen om klimaat. Het gaat om de vraag wie straks nog mag bepalen hoe je leeft op het land van je voorouders — een land dat geen grenzen kende, totdat anderen die eromheen trokken.